Om de diverse klanken/klankkleuren te verkrijgen worden pijpen gebruikt van verschillende mensuur
(dikte t.o.v. lengte) en gemaakt van verschillende materialen: hout, tin, zink, kopen en diverse legeringen.

Er zijn onder andere labiaalpijpen en tongwerken, al dan niet voorzien van schalbekers.
In aparte hoofdstukken in de reeks `Techniek achter het theaterorgel' wordt nader gekeken op de orgelpijpen en hun constructie.

Het toetsrelaissysteem:
Elk klavier (manuaal) kan een aantal registers bespelen/ bedienen.
Onder de toetsen van een klavier kunnen onmogelijk zoveel contactveren op blokjes (BL) worden aangebracht als er registers zijn.
Bij een heel klein orgel, met bijvoorbeeld vier registers, zou dat nog wel kunnen: er zijn dan minimaal vijf contactveren nodig: één voor de plus die dan naar de vier stemmen kan worden doorgeschakeld.
Er moet dus een systeem zijn om het door de toets gemaakte contact te vermenigvuldigen tot het aantal registers: dat systeem is het toetsrelais.

De techniek achter het theaterorgel (8)

Hoofdmagazijnbalg:

Deze zorgt ervoor dat er voldoende orgelwind aanwezig is, zowel bij groot volume en veel windverbruik als wel bij zacht spel. Die winddruk wordt opgeslagen in een magazijnbalg en daarna verdeeld over regulateurs voor de juiste druk in de windladen.

Schuif (S)
sluit windtoevoer af wanneer de balg hoog staat

Soms aanwezige jalouzieën om te voorkomen dat de balg te snel leegloopt wanneer de motor wordt uitgeschakeld.

 

 

 

ATOS radio

Vertalen

Dutch French German Italian Spanish

Theaterorgel app